More wine please.. / foto: Splitshire via Pexels

Column: Diner voor 2 voor 1

We ontkomen er echt niet aan hè, dat hele volwassen worden? Terwijl ik aan mijn met papieren bezaaide tafel zit te werken, verlang ik wel eens terug naar al die keren dat mijn moeder vroeg of ik mijn kamer wilde opruimen. Deze vraag werd standaard opgevolgd door een dwingend “NU!”, een geïrriteerd hoofd van mijn kant en een dichtslaande deur. Ik was als puber heel goed in deuren dichtslaan.

Dat opruimen heeft er nooit echt in gewild, maar verder gaat dat volwassen zijn me best goed af. Nooit een uitpuilende wasmand, mijn vaat loopt niet van het aanrecht weg, ik kan mijn rekeningen betalen en onthoud zelfs dat ik mijn rekeningen moet betalen. Er is alleen één ding waar ik, en waarschijnlijk de rest van Nederland met mij, helemaal gek van word…

Iedere dag opnieuw bedenken wat je die avond gaat eten. Wat een crime vind ik dat. Ik zie het zelfs als een van de grootste pluspunten van het hebben van een relatie: “Liefde, waar heb je zin in vanavond?” Het maakte me niet uit wat hij zei, als ik het zelf maar niet hoefde te bedenken. Natuurlijk, er zitten nog meer voordelen aan het hebben van een relatie: het geven en ontvangen van liefde, wederzijds respect, seks, op elkaar kunnen bouwen, vertrouwen, samen aan een glorieuze toekomst werken, seks, samen op stap, op vakantie, herinneringen maken, seks, veiligheid, geborgenheid, een klankbord en ga zo maar door. Maar niet keer op keer, wachtend en hopend op inspiratie, door die supermarkt ijsberen was een waar godsgeschenk.

We? Ik doe dan dus serieus alsof er binnen nóg iemand zit te wachten.

Inmiddels ben ik alweer een poosje op mezelf aangewezen wanneer het op menukeuze aankomt en het supermarktaanbod wordt zo nu en dan aangevuld met de talloze bezorg- en afhaalopties. Ik bestel dan vrij ruim, ik hou van een beetje keuze en omdat ik overhoud hoef ik de volgende dag ook niet na te denken. Ik betrap me er alleen wel eens op dat ik dan tegen de bezorger zeg: “Oh fijn je bent er, we hebben trek joh!”. We? Ik doen dan dus serieus alsof er binnen nóg iemand zit te wachten. Ik denk niet dat het de bezorger een fluit uitmaakt hoeveel ik bestel, als ik maar fooi geef. Die schaamte zit bij mij blijkbaar diep, want bij de toko ging ik laatst nog een stapje – of zeg gerust stap – verder.

De toko biedt verschillende formaten maaltijden aan, zoals bijvoorbeeld een portie rijst met één soort vlees en één soort groenten. Maar ik wil graag én een beetje rendang én een beetje smoor én boontjes én broccoli. Ik eet er echt twee dagen van, heus, erewoord. Bij het aanwijzen van het grotere bakje werd ik meteen door de verkoper terecht gewezen dat die voor twéé personen is. Ik schiet in de houding en heb mijn antwoord klaar: “Ja dat weet ik, ik haal ook voor twee.” Om vervolgens ook nog een portie saté, twee rode eieren en een zak van die kleverige emping (oooooh zo lekker) te bestellen. Anders was het misschien wel niet geloofwaardig. De volwassen eigenschap ‘je niet druk maken om wat andere mensen denken’ heb ik nog niet helemaal in de vingers. Wel een volle tas eten.

Op de terugweg passeer ik, toevallig, de slijter. Het was donderdagavond en hij was nog open. Ik heb toen ook nog maar een fles rode wijn gehaald. Die avond heb ik Indonesisch gegeten. En de volgende middag. En de volgende avond. Die fles heeft het zo lang niet gered, die ging dezelfde avond nog op.


More from Kimberly van de Berkt

Column: De sarcastische meditatie vlinder uit Amsterdam-Noord

Sinds kort doe ik aan yoga, om specifiek te zijn de Yin-variant....
Read More