Column: Wereldvreemd

Sinds ik besloot van het schrijven te gaan leven, werd ik langzaamaan een kluizenaar. Ik sta op, douche, trek mijn bedrijfsoutfit (lees: joggingpak) aan en loop de trap af. Voilà, gearriveerd op de werkplek.

Begrijp me niet verkeerd, ik geniet van iedere minuut. Ik ging niet over een nacht ijs. Financiële zekerheid opgeven door de daytimejob vaarwel te zeggen? Ik twijfelde jarenlang. Totdat ik een oud klasgenoot sprak. Zij was voor zichzelf begonnen. Als escort. “Wen, ik hou van seks, het is mijn hobby. Dus heb ik er mijn beroep van gemaakt en mij ingeschreven als zzp’er.” In dit geval slet-slet-pee’er.

Niemand die ziet dat ik onder dat kekke jasje een baggy joggingbroek en, met bont gevoerde, sloffen draag.

Dus deed ik het. Ik maakte mijn beroep van mijn (ietwat saaiere, dan die van mijn oud klasgenoot) hobby. In het begin was het wennen. Ik ging veel sporten ‘s ochtends, om ‘er toch even uit te zijn’, maar daar kwam al snel de klad in. Ik had het druk, dat sporten nam te veel tijd in beslag. Het duurde niet lang of het werd me, myself en de keukentafel. Lichaamsbeweging bestaat nu slechts uit een keer of tien per dag opstaan om de kat naar binnen (en weer naar buiten, weer naar binnen, repeat repeat repeat) te laten. Mijn haar laat ik ‘lekker aan de lucht’ drogen, waarna ik het als een klittende knot bovenop mijn hoofd bind. Voor een Skypemeeting trek ik mijn hoodie even uit en trek een colbertje aan. Niemand die ziet dat ik onder dat kekke jasje een baggy joggingbroek en, met bont gevoerde, sloffen draag.

Kim wordt er gek van. “Je kan toch wel een beetje mascara op doen, Wen?”, klaagt ze vaak. “En luister op z’n minst naar de radio in plaats van je favoriete Spotify playlist. Dan hoor je in ieder geval nog ieder uur het nieuws en ben je niet totaal wereldvreemd.” Ze was dus in haar nopjes toen ik van de week naar een afspraak in Zutphen moest. Mijn fysieke aanwezigheid was gewenst, ik moest eraan geloven. Haartjes geföhnd, strak in de make-up, ging ik op pad. Met de trein.

Wat had ik dat niet gemist. Drommen mensen, mopperend op weg naar de vreselijkste acht uur van de dag. En het ergste? Ze duwden me gewoon omver op de roltrap. Ik weet dat, in deze tijd van mooi-boys en fitgirls, een roltrap beklimmen helemaal hot is. Maar niet iedereen is per definitie sportief in de ochtend. Voor mij en mijn zwembandjes vormt de roltrap een rustmomentje. Zalig stilstaan en mensen kijken.

Tijdens een overstapmoment op station Utrecht belde ik Kim en deed mijn beklag. “Je mag tegenwoordig niet meer breeduit staan op een roltrap”, was haar, voor mij verrassende, antwoord. “Heb je die spreuk nog nooit gehoord? Rechts staat, links gaat.” Wat een onzin. De normale trap ligt notabene naast de roltrap. Dat was het moment waarop mijn eurocentje viel: vaarwel joggingpakkies, ik moet weer meetellen in de maatschappij. Prioriteit nummer één: nieuwe slogans bedenken.

Te beginnen met: ‘rechts staat, links…. moet lekker de trap nemen.’

Geschreven door
Meer door Wendy Louise

Column: Mag het een onsje meer zijn?

Daar gingen we. Acht vrouwen naar een ‘vrouwen-event’. Giechelig nerveus voor wat...
Lees meer